ECLI:NL:RBDHA:2023:15047
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na vertrek verzoeker
Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke op 22 juni 2023 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tevens is een inreisverbod van twee jaar opgelegd en is verzoeker verplicht Nederland onmiddellijk te verlaten.
Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening aangevraagd. Tijdens de zitting op 18 juli 2023 is het verzoek behandeld, maar de behandeling van het beroep is geschorst vanwege de afwezigheid van verzoeker. Op 9 augustus 2023 is gebleken dat verzoeker Nederland met onbekende bestemming heeft verlaten, waarna de gemachtigde van verzoeker verklaarde geen contact meer te hebben met verzoeker.
De voorzieningenrechter heeft daarop besloten geen nadere zitting te houden en het onderzoek op 2 oktober 2023 gesloten. Gezien de uitspraak op het beroep op dezelfde datum is de voorlopige voorziening niet meer nodig en wordt het verzoek afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoeker Nederland heeft verlaten en het beroep is behandeld.