ECLI:NL:RBDHA:2023:14952

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 september 2023
Publicatiedatum
5 oktober 2023
Zaaknummer
NL23.16600
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na intrekking in asielzaak Dublinprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk werd geacht volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tevens om een voorlopige voorziening om de uitvoering van het besluit op te schorten.

Op 22 augustus 2023 trok verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van proceskosten. De rechtbank heeft de Staatssecretaris in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, maar er is geen reactie ontvangen.

De voorzieningenrechter oordeelt dat op grond van artikel 8:75a Awb proceskosten slechts kunnen worden toegekend indien het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het verzoek. Nu geen sprake is van enige tegemoetkoming, wijst de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding af en wijst tevens het verzoek om voorlopige voorziening af.

De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, er staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening en proceskostenvergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

uitspraak buiten zitting

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.16600
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. C.M. Suurmeijer-Wawoe), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. M. Talsma).

Procesverloop

Bij besluit van 5 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Op 22 augustus 2023 heeft verzoeker het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken. Hij heeft daarbij gevraagd om proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft verweerder bij brief van 22 augustus 2023 in de gelegenheid gesteld binnen twee weken te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten.
Verweerder heeft niet gereageerd.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:75a van de Awb kan verweerder in de proceskosten van verzoekers worden veroordeeld als de intrekking van het verzoek het gevolg is van het geheel of gedeeltelijk tegemoetkomen door het bestuursorgaan aan de indiener van het verzoekschrift.
3. Verzoeker heeft om een voorlopige voorziening verzocht, omdat hij het beroep tegen het bestreden besluit in Nederland wil afwachten. Er is niet gebleken dat verweerder op enige wijze is tegemoetgekomen aan zijn verzoekschrift, bijvoorbeeld door toe te zeggen
dat de uitvoering van het bestreden besluit wordt opgeschort tot op het hoger beroep is beslist.
4. Omdat verweerder niet geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, wijst de rechtbank het proceskostenverzoek af.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
14 september 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.