ECLI:NL:RBDHA:2023:14904
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag urgentieverklaring sociale huurwoning wegens voldoende huisvestingsmogelijkheden
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland om zijn aanvraag voor een urgentieverklaring af te wijzen. Verweerder stelde dat eiser binnen zes maanden zelf in huisvesting kan voorzien, mede omdat eiser sinds 2017 staat ingeschreven en woningen met kortere inschrijftijd zijn verhuurd.
Eiser voerde aan dat hij gebonden is aan de gemeente Leiden vanwege langere wachttijden en dat stabiele, betaalbare huisvesting noodzakelijk is om terugval in drugsgebruik te voorkomen, schulden te saneren en omgang met zijn minderjarige kinderen te waarborgen. De rechtbank overweegt dat verweerder beleidsvrijheid heeft en het restrictieve beleid niet onredelijk is gezien het woningtekort.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht de aanvraag heeft afgewezen. De gebondenheid aan Leiden weegt niet zwaarder dan de mogelijkheid om in de regio te verhuizen. Ook leidt de situatie van eiser niet tot onbillijkheden van overwegende aard die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Het belang van familie- en gezinsleven is meegewogen, maar het EVRM-artikel 8 geeft Pro geen recht op woonruimte.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder hoeft de proceskosten niet te vergoeden. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 6 oktober 2023.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de urgentieverklaring.