ECLI:NL:RBDHA:2023:14644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen overdracht aan Tsjechië op grond van Dublinverordening
Eiser, een asielzoeker van Algerijnse nationaliteit, verzet zich tegen zijn overdracht aan Tsjechië op grond van de Dublinverordening. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning niet in behandeling genomen en wil hem overdragen aan Tsjechië, dat volgens een claimakkoord verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.
Eiser betoogt dat Tsjechië zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt, onder meer vanwege een rapport van het Hungarian Helsinki Comité en een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM). De rechtbank oordeelt echter dat uit het rapport geen stelselmatige en ernstige schendingen van mensenrechten blijken die een effectieve rechtsgang onmogelijk maken.
De rechtbank overweegt dat de situatie in Tsjechië niet vergelijkbaar is met die in Polen, Kroatië of Bulgarije, waar wel sprake is van grootschalige pushbacks en aanhoudingen van procedures. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Tsjechië wordt ongegrond verklaard.