Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- de conclusie van antwoord, met productie.
Rechtbank Den Haag
De eisende partij, een bouwbedrijf, vorderde in kort geding dat Liander N.V. wordt veroordeeld om binnen 14 dagen de huisaansluitingen voor twee nieuwbouwprojecten met in totaal 40 appartementen te realiseren. Liander had de aansluitingen ondanks bevestigde aanvragen en ingebrekestellingen niet tijdig gerealiseerd, waarbij voor het ene project sprake was van een capaciteitsgebrek en voor het andere project een noodzakelijke netuitbreiding.
De rechtbank oordeelde dat Liander verplicht is om de aansluitingen binnen een redelijke termijn te realiseren, maar dat voor het ene project geen reële termijn kon worden vastgesteld vanwege de noodzaak van een gedoogprocedure voor een nieuw algemeen voedingspunt. Voor het andere project stelde de rechtbank vast dat Liander de aansluitingen uiterlijk 24 november 2023 op spanning moet zetten, met een dwangsom bij niet-nakoming.
De vordering voor het eerste project werd afgewezen, maar Liander werd veroordeeld tot nakoming voor het tweede project. De proceskosten werden gecompenseerd. De uitspraak benadrukt de verplichtingen van netbeheerders onder de Elektriciteitswet 1998 en de Netcode Elektriciteit, en het belang van spoedige aansluiting bij nieuwbouw.
Uitkomst: Liander wordt veroordeeld om de huisaansluitingen van het tweede nieuwbouwproject uiterlijk 24 november 2023 te realiseren, terwijl de vordering voor het eerste project wordt afgewezen.