Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar tegen de afwijzing van zijn aanvraag tot een machtiging tot voorlopig verblijf. Tijdens de procedure heeft de staatssecretaris het bezwaar gegrond verklaard, waardoor verzoeker het beroep heeft ingetrokken.
De rechtbank beoordeelt dat verweerder geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door het bezwaar alsnog te honoreren. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de verweerder veroordelen in de proceskosten.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op een puntwaarde van €837 met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de lichte aard van het beroep, dat alleen betrekking heeft op het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep toe en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten.