ECLI:NL:RBDHA:2023:14390
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting op humanitaire gronden
Verzoekster, een vrouw van Ugandese nationaliteit, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op tijdelijke humanitaire gronden als slachtoffer van mensenhandel. Deze aanvraag werd op 18 april 2023 ambtshalve afgewezen door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 20 juni 2023 ongegrond werd verklaard.
Hierop stelde verzoekster op 18 juli 2023 beroep in tegen het bezwaarbesluit. Tegelijkertijd verzocht zij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de staatssecretaris zou verbieden haar uit te zetten totdat op het beroep was beslist. De voorzieningenrechter behandelde dit verzoek samen met de hoofdzaak op 13 september 2023, waarbij de gemachtigde van verweerder aanwezig was, maar verzoekster en haar gemachtigde niet verschenen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat nu de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom werd het verzoek afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.