ECLI:NL:RBDHA:2023:14335

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 mei 2023
Publicatiedatum
25 september 2023
Zaaknummer
NL22.25161
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na uitzetting naar Polen

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om uitzetting naar Polen te voorkomen totdat op zijn bezwaar tegen het beëindigen van zijn verblijfsrecht is beslist. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft zich aanvankelijk niet verzet tegen de toewijzing van de voorziening. Later meldde verweerder dat verzoeker op 9 januari 2023 aan Polen is uitgeleverd om daar een straf uit te zitten.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang. Verzoeker kan met de procedure niet meer bereiken wat hij beoogde, aangezien hij al is uitgezet en de uitzetting niet meer kan worden teruggedraaid. De voorzieningenrechter ziet ook geen aanleiding om verweerder te veroordelen in de proceskosten, omdat er geen sprake is van een tegemoetkoming in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht.

De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Skerka en griffier E. Kersten op 23 mei 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na uitzetting naar Polen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL22.25161
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker] , verzoeker

V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. D.W.M. van Erp),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 11 oktober 2021 heeft verweerder het verblijfsrecht van verzoeker beëindigd en beslist dat verzoeker Nederland onmiddellijk moet verlaten. Ook heeft verweerder verzoeker ongewenst verklaard.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten totdat op het bezwaar is beslist.
Bij brief van 9 maart 2023 heeft verweerder bericht zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.
De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het onderzoek ter zitting verder achterwege blijft.
Bij brief van 16 maart 2023 heeft verweerder bericht dat verzoeker op 9 januari 2023 aan Polen is uitgeleverd om daar een nog openstaande straf uit te zitten. Volgens verweerder is het verzoek daarom niet-ontvankelijk en bestaat geen reden voor een proceskostenveroordeling.
Bij bericht van 27 maart 2023 heeft verzoeker het standpunt ingenomen dat verweerder moet worden veroordeeld in de proceskosten. Verzoeker was namelijk ten tijde van het indienen van het verzoek om voorlopige voorziening nog niet uitgezet en verweerder heeft eerder aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet- ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Verzoeker kan met deze procedure niet meer bereiken wat hij daarmee wilde bereiken. Verzoeker wilde met zijn verzoek immers bereiken dat hij de beslissing op zijn bezwaarschrift in Nederland zou mogen
afwachten, maar verzoeker is al uitgezet naar Polen in verband met strafrechtelijke detentie daar.
3. De voorzieningenrechter ziet in de omstandigheden van het geval geen grond om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Er is geen sprake van tegemoetkoming door verweerder in de zin van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht. Verder is de reden voor het ontvallen van het procesbelang gelegen in de risicosfeer van verzoeker.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. E. Kersten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
23 mei 2023

Documentcode: [documentcode]

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.