ECLI:NL:RBDHA:2023:14330
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak beroep
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 9 mei 2023. Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening gedaan.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld op 28 juni 2023. Verzoekster was hierbij aanwezig met haar gemachtigde en tolk, terwijl de staatssecretaris zich liet vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Op de dag van de uitspraak heeft de rechtbank in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.14097) uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter R.J.A. Schaaf en griffier E. Kersten en is uitgesproken in het openbaar op 18 augustus 2023. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.