ECLI:NL:RBDHA:2023:14322
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na uitspraak beroep
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 9 mei 2023 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL23.14095) op 28 juni 2023 behandeld. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde en een tolk aanwezig, evenals de gemachtigde van de staatssecretaris.
Aangezien de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak, is de voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.