De zaak betreft de verlenging van de ondertoezichtstelling van twee kinderen, [naam01] en [naam02], en de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam02]. De moeder maakt positieve ontwikkelingen door in haar opvoedvaardigheden met intensieve ondersteuning, maar het complexe gedrag van de kinderen en de ernst van de situatie maken dat de hulpverlening betrokken moet blijven.
De gecertificeerde instelling verzoekt de verlenging omdat de doelen van het afgelopen jaar niet zijn behaald en er nog steeds sprake is van ernstige bedreiging in de ontwikkeling van de kinderen. [naam02] verblijft in een gezinsgericht gezinshuis en geeft aan niet terug te willen naar de moeder. [naam01] verblijft weer thuis bij de moeder met intensieve begeleiding.
De moeder erkent de ondertoezichtstelling maar voert verweer tegen de machtiging uithuisplaatsing van [naam02], stellende dat de zorg ook thuis geboden kan worden. De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing is voldaan. De situatie van de kinderen is verschillend, en het is niet realistisch te verwachten dat de moeder zonder intensieve hulp aan de behoeften van [naam02] kan voldoen.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling tot 16 september 2024 en de machtiging uithuisplaatsing van [naam02] tot 16 maart 2024. De omgang tussen moeder en [naam02] wordt aanbevolen uit te breiden en geëvalueerd. De verdere behandeling wordt aangehouden tot een nader te bepalen zitting.