ECLI:NL:RBDHA:2023:14167
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak uitstel van vertrek vreemdeling
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd geweigerd. Na een eerdere weigering op bezwaar heeft verzoekster tevens een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting, conform artikel 8:83 lid 3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank inmiddels uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL21.6325), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.