ECLI:NL:RBDHA:2023:14141
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. Boerlage - van den Bosch
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vrijheidsbeperkende maatregel in vreemdelingenrecht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van 4 juli 2023 waarbij hem een maatregel van beperking van de vrijheid van beweging werd opgelegd, bedoeld om hem te laten verblijven in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) in Ter Apel. Eiser stelde dat hij al vóór de inwerkingtreding van de maatregel kenbaar had gemaakt een asielverzoek te willen indienen en dat hij daardoor rechtmatig verblijf had, zodat de maatregel niet had mogen ingaan. Subsidiair stelde hij dat de maatregel na 10 juli 2023 ten onrechte voortduurde en dat er geen onttrekkingsrisico bestond. Tevens betoogde hij dat verweerder geen redelijke belangenafweging had gemaakt.
De rechtbank oordeelde dat de maatregel op 7 juli 2023 inging, maar dat eiser bij zijn melding op die dag werd geïnformeerd dat de vrijheidsbeperking niet op hem van toepassing was vanwege plaatsgebrek in de reguliere opvang. Dit is niet weersproken. De maatregel kan derhalve vanaf dat moment als opgeheven worden beschouwd, ook al is de formele opheffing pas op 20 juli 2023 aan de gemachtigde bekendgemaakt. Omdat eiser geen feitelijke vrijheidsbeperking heeft ondervonden, heeft hij geen schade geleden en is er geen procesbelang om het beroep toe te wijzen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard omdat de maatregel feitelijk niet op eiser van toepassing was.