De zaak betreft verzoeken van Jeugdbescherming West Haaglanden en de Raad voor de Kinderbescherming tot verlenging en verlening van ondertoezichtstellingen en machtigingen tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [naam01] en [naam02], beiden onder ouderlijk gezag van hun moeder.
De moeder heeft meerdere malen afspraken met hulpverlening niet nagekomen en was vaak onbereikbaar, waardoor onvoldoende zicht was op de veiligheid en opvoedomgeving van de kinderen. Na de geboorte van [naam02] werd cocaïne in zijn bloed aangetroffen, wat leidde tot nieuwe veiligheidsafspraken die niet werden nageleefd. De hulpverlening constateerde dat basiszorg voldoende was, maar de veiligheid niet gewaarborgd kon worden.
De kinderrechter oordeelde dat de wettelijke criteria voor ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing waren vervuld. De ondertoezichtstelling van [naam01] wordt verlengd voor een jaar, en [naam02] wordt voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden. Ook wordt een machtiging tot uithuisplaatsing van beide kinderen in een pleegzorgvoorziening verleend om de veiligheid en ontwikkeling te waarborgen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.