Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:13852

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 augustus 2023
Publicatiedatum
15 september 2023
Zaaknummer
C/09/651902 / JE RK 23-1618
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige met gedragsproblematiek

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2009, die ernstige gedragsproblemen vertoont en niet meewerkt aan hulpverlening. De minderjarige woont bij de vader en verblijft om de twee weken bij de moeder. Eerder was al een ondertoezichtstelling opgelegd.

De gecertificeerde instelling motiveert het verzoek met het belast verleden van de minderjarige, waaronder getuige zijn van huiselijk geweld, en gediagnosticeerde stoornissen zoals autisme, ADD en een dwangstoornis. Door zijn gedrag en weigering van hulpverlening is de thuissituatie onhoudbaar geworden, met conflicten en geweld. Specialistische zorg in een gespecialiseerde accommodatie is noodzakelijk.

Zowel de vader als de moeder stemmen in met het verzoek. De kinderrechter overweegt dat de machtiging noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. De thuissituatie biedt onvoldoende ruimte voor behandeling en de ouders zijn overbelast. De machtiging wordt verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

De beslissing is mondeling gegeven op 29 augustus 2023 en schriftelijk vastgesteld op 13 september 2023. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na betekening.

Uitkomst: De kinderrechter verleent machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor de duur van de ondertoezichtstelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/651902 / JE RK 23-1618
Datum uitspraak: 29 augustus 2023
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te ‘s-Gravenhage,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over:
[naam01], geboren op [geboortedatum01] 2009 in [plaats01] ,
hierna te noemen: [naam01] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[naam02],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats01] ,
[naam03],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 7 augustus 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [naam01] naar zijn mening gevraagd. [naam01] heeft geen mening gegeven.

2.De feiten

2.1.
[naam01] is gedurende het huwelijk van de vader en de moeder geboren.
2.2.
Het huwelijk van de vader en de moeder is door echtscheiding ontbonden.
2.3.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [naam01] .
2.4.
[naam01] woont bij de vader en verblijft om de twee weken een weekend bij de moeder.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 22 mei 2023 [naam01] onder toezicht gesteld tot 22 mei 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De gecertificeerde instelling heeft ernstige zorgen over de ontwikkeling van [naam01] in zijn thuissituatie. Hij heeft een belast verleden vanwege de scheiding van zijn ouders en omdat hij getuige is geweest van huiselijk geweld. Daarnaast is [naam01] gediagnosticeerd met autisme, ADD en een dwangstoornis. Dit uit zich in zelfbepalend gedrag, waardoor hij moeilijk aan te sturen is. Bij overvraging verliest hij zijn zelfcontrole. [naam01] is op dit moment vastgelopen. Hij gaat niet meer naar de dagbesteding, ontkent zijn diagnoses en werkt niet mee aan de hulpverlening. Als gevolg hiervan kunnen de spanningen in huis zo hoog oplopen dat [naam01] in conflict raakt met zijn gezinsleden en dan zowel verbaal als fysiek geweld gebruikt. Ondanks de hulpverlening van Centrum Groei! is het niet gelukt om een veiligere omgeving bij de vader en de moeder te creëren. [naam01] weigert op dit moment de begeleiding van Centrum Groei! en de escalaties in het gezin blijven bestaan. De ouders beschikken over de juiste vaardigheden, maar zijn overbelast geraakt. [naam01] heeft specialistische zorg nodig om te leren omgaan met zijn beperking. Deze zorg kan hem op dit moment alleen geboden worden in een accommodatie die gespecialiseerd is in de problematiek van [naam01] . Hij is aangemeld bij een orthopedagogisch behandelcentrum van Ipse de Bruggen en de verwachting is dat hij daar op korte termijn kan worden geplaatst. Vandaaruit wil de gecertificeerde instelling toewerken naar een perspectief biedende plaatsing van [naam01] in een voorziening voor beschermd wonen. In dit kader is [naam01] aangemeld bij INIZO.

4.De standpunten

4.1.
De vader heeft ingestemd met het verzochte. Hij geeft aan dat [naam01] gebaat is bij rust en regelmaat en dat het daarom beter is dat hij uit huis wordt geplaatst.
4.2.
De moeder heeft ingestemd met het verzochte. De situatie is op dit moment gelet op de spanningen, niet meer houdbaar. [naam01] geeft steeds aan dat hij zal meewerken en zijn medicijnen zal nemen, maar het lukt hem niet om dit dan ook daadwerkelijk te doen.

5.De beoordeling

5.1.
Op basis van de stukken en de mondelinge behandeling is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Zij onderschrijft de door de gecertificeerde instelling naar voren gebrachte zorgen. Deze zijn met name gelegen in de ernstige gedragsproblematiek van [naam01] en zijn weigeren van hulpverlening voor deze problematiek. [naam01] is thuis vastgelopen en het is van groot belang dat hij zich verder gaat ontwikkelen. Hiervoor is het noodzakelijk dat [naam01] specialistische zorg en behandeling krijgt. Het lukt niet om de behandeling van [naam01] vorm te geven binnen de huidige thuissituatie. De vader en de moeder zijn overbelast geraakt en regelmatig vinden er conflicten plaats tussen [naam01] en de gezinsleden. De kinderrechter vindt het daarom noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van [naam01] dat hij uit huis wordt geplaatst, zodat vanuit die plaatsing de behandeling verder vorm kan worden gegeven. De kinderrechter zal het verzoek van de gecertificeerde instelling daarom toewijzen voor de duur van de ondertoezichtstelling.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [naam01] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 29 augustus 2023 tot 22 mei 2024;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus 2023 door mr. J.E.M.G. van Wezel, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. S.L.G. van Otterlo als griffier, en op schrift gesteld op 13 september 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.