ECLI:NL:RBDHA:2023:13806
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering Ziektewet-uitkering met schending hoorplicht
Eiseres ontving een Ziektewet-uitkering die het UWV deels onterecht heeft betaald over twee periodes in 2022, waarna het UWV deze bedragen terugvorderde. Daarnaast werd een maandelijkse inhouding ingesteld. Eiseres maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarbij het bezwaar tegen terugvordering werd afgewezen en tegen de inhouding gehonoreerd.
De rechtbank behandelde het beroep tegen het bestreden besluit en constateerde dat het UWV de hoorplicht had geschonden door eiseres niet tijdig het dossier toe te sturen en haar niet te horen. Dit gebrek werd echter in de beroepsfase hersteld, zodat de rechtbank het gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro passeerde omdat eiseres niet benadeeld was.
Eiseres betwistte aanvankelijk de hoogte van het terugvorderingsbedrag, maar trok dit in na toelichting van het UWV. Wel stelde zij dat de proceskostenvergoeding onjuist was toegekend. De rechtbank stelde vast dat eiseres recht heeft op een hogere vergoeding en vernietigde het bestreden besluit voor zover het de proceskostenvergoeding betreft, waarbij zij zelf het juiste bedrag vaststelde.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot betaling van proceskosten en griffierecht aan eiseres en liet het bestreden besluit voor het overige in stand. De uitspraak benadrukt het belang van een correcte hoorplicht en zorgvuldige motivering in bestuursrechtelijke procedures.
Uitkomst: Het beroep is gegrond voor de proceskostenvergoeding in de bezwaarfase, het bestreden besluit wordt op dat punt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.