Hennessy c.s. verzocht de rechtbank om verbetering van onderdeel 10.12 van het dictum en rechtsoverweging 6.71 van het vonnis van 14 juni 2023, waarin de vorderingen tegen VCKG en KFW werden afgewezen ondanks het prominente gebruik van Hennessy-merken op hun website. De rechtbank stelde vast dat dit gebruik weliswaar de indruk wekt van een economische band, maar dat inbreukmakend handelen door VCKG en KFW niet was vastgesteld.
Hennessy c.s. betoogde dat het dictum en de rechtsoverweging niet verenigbaar zijn met de inhoud van rechtsoverweging 6.70, waarin het gebruik van de merken op de website werd besproken. De rechtbank oordeelde echter dat de uitingen alleen aan de werkmaatschappijen (JMN, Delicasea, LB11 en KFW) kunnen worden toegerekend, en niet aan VCKG, waardoor het verzoek voor zover het VCKG betreft reeds moet worden afgewezen.
Verder werd toegelicht dat het verbod met betrekking tot het inbreukmakend handelen praktisch uitsluitend aan JMN, Delicasea en LB11 wordt toegewezen, en dat er geen sprake is van een kennelijke fout in het vonnis die eenvoudig kan worden hersteld. Het verzoek tot verbetering werd daarom afgewezen.