ECLI:NL:RBDHA:2023:13653

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 september 2023
Publicatiedatum
11 september 2023
Zaaknummer
NL23.15168
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na niet tijdig beslissen op asielaanvragen

Verzoekers dienden op 22 februari 2023 asielaanvragen in waarop niet tijdig werd beslist. Op 23 mei 2023 stelden zij beroepen in tegen het uitblijven van een beslissing. Vervolgens heeft de staatssecretaris bij besluiten van 12 juli 2023 de asielaanvragen ingewilligd. Hierop trokken verzoekers hun beroepen in en verzochten zij om vergoeding van proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris geheel aan het beroep tegemoet is gekomen door alsnog de aanvragen te honoreren. Op grond van artikel 8:75a Awb kan de rechtbank in dat geval het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten. De rechtbank stelt de proceskosten vast op €418,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep.

De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van deze proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter E.F. Bethlehem en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl op 5 september 2023.

Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens niet tijdig beslissen op asielaanvragen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.15168 en NL23.15169

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[Naam 1] en

[Naam 2], verzoekers
V-nummer: [Nummer 1] en [Nummer 2]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekers hebben op 23 mei 2023 beroepen ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun asielaanvragen van 22 februari 2023.
Bij besluiten van 12 juli 2023 heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers ingewilligd.
Desgevraagd hebben verzoekers de beroepen ingetrokken en daarbij verzocht verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb [1] uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvragen van verzoekers heeft besloten en deze aanvragen hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft ingewilligd, is verweerder geheel aan het beroep van verzoekers tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekers gemaakte proceskosten. De rechtbank is van oordeel dat de verzoeken moeten worden gezien als samenhangende zaken, zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het Bpb. De proces kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 418,50 (vierhonderdachttien euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.