Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker], verzoekster,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoekster, een derdelander uit Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming op grond van de EU-richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde uitvoeringsbesluit. Op 28 augustus 2023 besloot de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het recht van verzoekster op tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023.
Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was omdat het beroep niet kon worden behandeld voordat het recht op bescherming eindigde. Het belang van verzoekster om opvang en werkrecht te behouden woog zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om het besluit per 4 september te effectueren.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen en het besluit geschorst tot uitspraak op het beroep. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 837. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van tijdelijke bescherming wordt geschorst tot uitspraak op het beroep en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.