ECLI:NL:RBDHA:2023:13490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende bewijs familiebanden en verblijfomstandigheden
Eiser heeft op 29 november 2021 een visum kort verblijf aangevraagd om familie in Nederland te bezoeken. De Minister van Buitenlandse Zaken heeft dit verzoek op 9 december 2021 afgewezen wegens onvoldoende bewijs van het doel en de omstandigheden van het verblijf en twijfel over het vertrek uit de lidstaten.
Eiser heeft bezwaar gemaakt, maar dit is op 30 november 2022 ongegrond verklaard. Tijdens de zitting op 7 juli 2023 heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser onvoldoende stukken heeft overgelegd om zijn familiebanden en verblijfsomstandigheden aannemelijk te maken.
De rechtbank oordeelt dat de bewijslast bij eiser ligt en dat de door verweerder toegepaste afwijzingsgrond zelfstandig voldoende is. De stelling van eiser dat directe familieleden wel visa hebben gekregen, is niet onderbouwd. Het beroep wordt ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag kort verblijf wordt ongegrond verklaard.