Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam verzoeker], verzoeker,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke beschermingen en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit. Op 17 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloten het recht van verzoeker op tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 september 2023. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beroep niet kan worden behandeld voordat het recht op tijdelijke bescherming eindigt, waardoor onverwijlde spoed is gegeven. Het belang van verzoeker om toegang tot gemeentelijke opvang en het recht om te werken te behouden, weegt zwaarder dan het belang van verweerder om de voorzieningen per 4 september te beëindigen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk gegrond toegewezen en het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 837. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst tot uitspraak op het beroep.