ECLI:NL:RBDHA:2023:13232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.P. Kleijn
- D.C. van Genderen
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen bestuursdwang en kostenverhaal voor wegslepen auto bij tijdelijk parkeerverbod
Op 7 december 2022 werd de auto van eiser weggesleept en in bewaring gesteld vanwege het parkeren op een plek met een tijdelijk parkeerverbod. Dit verbod was aangegeven met verkeersborden die op 2 december 2022 waren geplaatst. Eiser stelde dat hij de borden niet had gezien, mogelijk door een bestelauto die het zicht belemmerde en dat de borden te laag waren geplaatst. Tevens betwijfelde hij of de toezichthouder contact met hem had gezocht.
De rechtbank oordeelde dat de verkeersborden voldoende waarneembaar waren, onder andere omdat meerdere borden aan beide zijden van de rij parkeervakken stonden. Het niet opmerken van de borden lag aan de eigen oplettendheid van eiser. Ook was er geen bewijs dat de borden te laag waren geplaatst, aangezien de door eiser aangevoerde foto’s uit een andere straat en tijd kwamen.
De toezichthouders hadden volgens het proces-verbaal contact met de kentekenhouder geprobeerd te zoeken, en het feit dat eiser niet thuis was en mogelijk niet bereikbaar, kwam voor zijn risico. Gezien het algemeen belang was bestuursdwang terecht toegepast en het kostenverhaal gerechtvaardigd. Er waren geen bijzondere omstandigheden die een uitzondering op het kostenverhaal rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenvergoeding af. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het wegslepen van de auto en het kostenverhaal wordt ongegrond verklaard.