ECLI:NL:RBDHA:2023:13101
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens beslissing bodemprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de eiser een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De grond hiervoor was dat Spanje verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met de bodemzaak behandeld. Op de bodemzaak is inmiddels uitspraak gedaan, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening is komen te vervallen. De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter in aanwezigheid van de griffier en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat in de bodemzaak reeds een uitspraak is gedaan.