ECLI:NL:RBDHA:2023:1300
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiseres, van Syrische nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat op basis van de Dublinverordening is vastgesteld dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielaanvraag.
Eiseres stelde dat Duitsland haar en haar minderjarige dochter niet voldoende bescherming biedt, dat zij zich daar niet veilig voelden, en dat de opvang en behandeling tekortschoten. Zij verwees onder meer naar berichten van het Duitsland instituut en stelde dat zij onvoldoende haar beklag kon doen in Duitsland. Verweerder heeft echter betoogd dat Duitsland zijn internationale verplichtingen nakomt en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt.
De rechtbank overweegt dat Duitsland, net als Nederland, gebonden is aan het Vluchtelingenverdrag, het EVRM en Europese richtlijnen. De aanvaarding van het terugnameverzoek door Duitsland impliceert dat zij bereid en in staat zijn de asielaanvraag te behandelen. Eiseres heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van systeemfouten die leiden tot onmenselijke of vernederende behandelingen. Ook is niet gebleken dat klagen bij Duitse autoriteiten zinloos zou zijn.
Verder oordeelt de rechtbank dat er geen bijzondere, individuele omstandigheden zijn die een uitzondering op de overdracht aan Duitsland rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag is ongegrond verklaard.