ECLI:NL:RBDHA:2023:12997
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging na naturalisatie referent
Eiser, afkomstig uit Syrië en als minderjarige ontvoerd van zijn gezin, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid van zijn broer (referent), die inmiddels Nederlander is geworden. Verweerder wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar ongegrond, stellende dat er geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiser en referent bestaat en de belangen van de Nederlandse overheid zwaarder wegen.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag terecht niet als nareis is behandeld, omdat de referent inmiddels Nederlander is en de Gezinsherenigingsrichtlijn niet van toepassing is. Wel moet verweerder de aanvraag beoordelen aan de hand van artikel 17 van Pro de richtlijn, artikel 8 EVRM Pro en artikel 7 EU Pro-Handvest, waarbij een individuele belangenafweging vereist is.
De rechtbank stelt vast dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er geen beschermingswaardig gezinsleven is, omdat hij geen rekening hield met het feit dat eiser tot zijn ontvoering samenwoonde met het gezin, de financiële en emotionele afhankelijkheid onvoldoende heeft onderzocht en de situatie in Syrië en Turkije niet heeft meegewogen.
Daarom wordt het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen de wettelijke termijn een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de genoemde beoordelingscriteria. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met een nieuwe belangenafweging door verweerder.