Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 3 juli 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwistte dat de maximale ophoudingstermijn van zes uur was nageleefd en voerde aan dat de gronden voor bewaring onvoldoende waren gemotiveerd, met name de zware grond dat hij met onbekende bestemming zou zijn vertrokken.
De rechtbank stelde vast dat de ophoudingstermijn niet was overschreden, aangezien eiser om 17.00 uur werd opgehouden en om 20.25 uur in bewaring werd gesteld. De rechtbank oordeelde dat de zware grond onder 3a en de lichte gronden onder 4c en 4d feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren, en dat deze gronden al voldoende waren om het risico op onttrekking aan toezicht aan te nemen.
Verweerder had voldoende gemotiveerd waarom een lichter middel niet volstond, mede omdat eiser geen medewerking verleende aan zijn overdracht en geen actie had ondernomen om deze voor te bereiden. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring niet onrechtmatig was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.