ECLI:NL:RBDHA:2023:12959
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte brandstichting pand in Zoetermeer wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk stichten van brand in een pand te Zoetermeer rond 1 januari 2022. De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van het ten laste gelegde, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege gebrek aan overtuigend bewijs.
Tijdens het onderzoek en de terechtzittingen werd vastgesteld dat hoewel vingerafdrukken van verdachte waren aangetroffen op een jerrycan en een plastic zak bij de plaats delict, niet kon worden vastgesteld wanneer en hoe deze daar terecht waren gekomen. Daarnaast toonden transactiegegevens aan dat verdachte benzine had getankt, maar niet dat deze in een jerrycan was gedaan. Hierdoor was het bewijs onvoldoende om verdachte te verbinden aan de brandstichting.
De rechtbank sprak verdachte vrij en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. De benadeelde partij had een schadevergoeding van €5.000,- gevorderd, maar deze vordering werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege de vrijspraak. De benadeelde partij werd veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak had gemaakt, welke nihil werden begroot.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 4 september 2023.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor brandstichting.