ECLI:NL:RBDHA:2023:12952
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in vreemdelingenrechtelijke zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak betreffende vreemdelingenrecht heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid dat het rechtmatig verblijf van verzoeker op grond van het Unierecht niet erkent.
De staatssecretaris had op 17 juni 2022 vastgesteld dat verzoeker geen rechtmatig verblijf heeft, en dit standpunt werd bevestigd in het besluit van 19 juni 2023. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 25 augustus 2023 samen met de hoofdzaak (zaaknummer NL23.20578). Omdat de rechtbank op diezelfde dag uitspraak deed in de hoofdzaak, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter M. Munsterman en griffier M. Dijk, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en uitspraak is gedaan.