ECLI:NL:RBDHA:2023:12917
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en bescherming in Zwitserland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseerde dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Zwitserland als verantwoordelijke lidstaat wordt aangewezen.
Eiser voert aan dat hij in Zwitserland bedreigd wordt vanwege zijn activiteiten voor Jemenitische minderheden en dat overdracht aan Zwitserland onevenredige hardheid zou opleveren. Hij vreest ook voor de veiligheid van zijn gezin en betwist dat Zwitserse autoriteiten effectieve bescherming kunnen bieden. Tevens stelt hij dat gezinshereniging in Zwitserland niet of pas na lange wachttijd mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat hij geen bescherming kan vragen aan de Zwitserse autoriteiten. De vrees voor bedreigingen is onvoldoende om Nederland als verantwoordelijke lidstaat aan te wijzen. Ook is niet gebleken dat gezinshereniging in Zwitserland onmogelijk is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.