ECLI:NL:RBDHA:2023:12908
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak uitstel van vertrek op medische gronden
Verzoeker had een aanvraag gedaan voor uitstel van vertrek op medische gronden, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd afgewezen op 21 januari 2022. Het bezwaar van verzoeker tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard op 19 september 2022. Verzoeker stelde vervolgens beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met het hoofdberoep op 20 april 2023, waarna het onderzoek werd geschorst om de verweerder in de gelegenheid te stellen vragen te beantwoorden. Na schriftelijke uitwisseling van standpunten werd het onderzoek op 29 juni 2023 hervat en vervolgens gesloten.
Op 19 juli 2023 deed de rechtbank uitspraak in het hoofdberoep (zaaknummer NL22.20944). Omdat het hoofdberoep is beslist, is een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk. Daarom wees de voorzieningenrechter het verzoek af en kende geen proceskostenvergoeding toe. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep is beslist.