ECLI:NL:RBDHA:2023:12776
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiseres tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiseres stelde dat zij niet correct was geïnformeerd over de redenen van bewaring en haar rechten, wat een schending van artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000 opleverde.
Hoewel de rechtbank vaststelde dat eiseres niet schriftelijk of via een tolk werd geïnformeerd, oordeelde zij dat dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid van het besluit. Eiseres had immers toegang tot professionele rechtsbijstand en was op de hoogte van de gronden van bewaring. Daarnaast woog de rechtbank het belang van de maatregel, gezien het risico dat eiseres zich aan toezicht zou onttrekken.
De gronden voor bewaring, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het niet naleven van vertrekverplichtingen, werden niet betwist en door de rechtbank als voldoende beoordeeld. Het beroep op een lichter middel faalde omdat het risico op ontduiking aanwezig bleef, mede door het eerdere ontsnappen aan begeleiding bij vertrek.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af, maar veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten van eiseres vanwege het geconstateerde procedurele gebrek.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.