ECLI:NL:RBDHA:2023:12752
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen overdracht op grond van Dublinverordening
Verzoeker, van Algerijnse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 5 juni 2023 waarin is bepaald dat hij zal worden overgedragen aan de autoriteiten van Slovenië op grond van artikel 26, eerste lid, van de Verordening (EU) nr. 604/2013 (Dublinverordening).
Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om de overdracht te voorkomen. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek op 24 augustus 2023 behandeld, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet zijn verschenen, maar de gemachtigde van de staatssecretaris wel.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat nu de rechtbank bij uitspraak in een gerelateerde zaak (NL23.16472) al op het beroep heeft beslist, een voorlopige voorziening niet langer nodig is. Daarom is het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.M. Schuiling en is zonder mogelijkheid tot hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de overdracht aan Slovenië is afgewezen.