ECLI:NL:RBDHA:2023:12707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs discriminatie en veilig land Ghana
Eiser, een Ghanese arts-assistent, diende op 28 juli 2022 een asielaanvraag in, stellende dat hij vanwege zijn lidmaatschap van een minderheidsstam in Ghana wordt gediscrimineerd en geen bescherming kan verwachten van de autoriteiten vanwege corruptie. De staatssecretaris wees de aanvraag op 20 juni 2023 af als kennelijk ongegrond, waarbij Ghana als veilig land van herkomst werd beschouwd en de beweringen van eiser over discriminatie en corruptie niet geloofwaardig werden geacht.
De rechtbank bevestigde dat Ghana in het algemeen als veilig land van herkomst geldt, met uitzondering van bepaalde groepen, en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen heeft geleverd om aan te tonen dat dit voor hem persoonlijk anders is. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen over discriminatie onvoldoende onderbouwd waren, mede omdat eiser kon studeren en werken in Ghana en familieleden uit dezelfde stam een positie hadden. Ook de beweringen over corruptie werden niet voldoende ondersteund met bewijs.
Eiser had daarnaast zijn studie deels online moeten afronden vanwege de oorlog in Oekraïne, wat de erkenning van zijn diploma in Ghana bemoeilijkt, maar dit werd niet gezien als een gevolg van persoonlijke discriminatie. De rechtbank concludeerde dat eiser geen zicht heeft op een menswaardig bestaan in Ghana, maar dat dit niet voortkomt uit persoonlijke omstandigheden die een uitzondering op het veilige land van herkomst-criterium rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de afwijzing van de asielaanvraag bleef in stand. De rechtbank wees ook het verzoek om een verblijfsvergunning op humanitaire gronden af, mede omdat deze grond op zitting was laten vallen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs dat Ghana voor eiser persoonlijk geen veilig land is.