ECLI:NL:RBDHA:2023:12532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning op grond van Dublinverordening en verbod op refoulement
De zaak betreft een beroep tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om de aanvraag van eiser tot een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Denemarken op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelt dat zijn overdracht aan Denemarken in strijd is met het verbod op indirect refoulement, omdat Denemarken zijn verblijfstitel heeft ingetrokken vanwege een strafbaar feit en hij vreest terugkeer naar Syrië. De rechtbank overweegt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er een reëel risico op indirect refoulement bestaat.
De rechtbank benadrukt dat Denemarken gebonden is aan het verbod op refoulement en dat eiser de mogelijkheid heeft om in Denemarken bezwaar te maken tegen beslissingen. Omdat eiser geen bewijs heeft geleverd van een dreigende uitzetting zonder rechtsbescherming, wordt het beroep ongegrond verklaard.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en wijst erop dat tegen deze uitspraak beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na verzending van het vonnis.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.