ECLI:NL:RBDHA:2023:12522
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op bezwaar tijdelijke bescherming
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin werd medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming 2001/55/EG. Het bezwaar werd ingediend op 5 september 2022, waarna de staatssecretaris uiterlijk 28 november 2022 had moeten beslissen. Deze termijn is echter overschreden.
Eiser heeft de staatssecretaris op 12 januari 2023 in gebreke gesteld, waarna twee weken zijn verstreken zonder dat een besluit is genomen. De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris alsnog binnen twee weken na verzending van de uitspraak een besluit op bezwaar moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 7.500,- voor elke dag dat de beslissing uitblijft.
Omdat het beroep gegrond is verklaard, wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 418,50. De rechtbank wijst erop dat de vaststelling van de bestuurlijke dwangsom in de bezwaarprocedure moet worden behandeld. Er is geen zitting gehouden omdat dit niet noodzakelijk werd geacht volgens artikel 8:54 Awb Pro.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twee weken een besluit op bezwaar te nemen, met oplegging van een dwangsom.