Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser is op 25 juli 2023 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 vanwege het risico dat hij zich aan het toezicht op vreemdelingen zou onttrekken. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde onder meer aan dat verweerder niet had voldaan aan de informatieplicht volgens artikel 5.3 van het Vreemdelingenbesluit 2000.
De rechtbank constateerde dat eiser inderdaad niet schriftelijk en in een voor hem begrijpelijke taal was geïnformeerd over de redenen van bewaring en de procedurele rechten, wat een schending van artikel 5.3 Vb oplevert. Deze schending leidde echter niet tot onrechtmatigheid van het besluit, mede omdat eiser tijdig een advocaat kreeg toegewezen en gebruik maakte van zijn rechten.
Ten aanzien van de gronden voor bewaring oordeelde de rechtbank dat eiser zich vanaf 12 juni 2023 aan het toezicht had onttrokken en niet zelfstandig was vertrokken, ondanks zijn wens daartoe. Het risico op onttrekking aan het toezicht was voldoende onderbouwd, waardoor de maatregel van bewaring gerechtvaardigd was. Ook het argument dat een lichter middel had kunnen volstaan werd verworpen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde verweerder tot betaling van de proceskosten aan de rechtsbijstandverlener van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.