ECLI:NL:RBDHA:2023:12368
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De staatssecretaris had Nederland gevraagd om overdracht aan Frankrijk vanwege een geldig Frans visum bij de aanvraag. Frankrijk bevestigde de verantwoordelijkheid en de overdracht werd niet betwist door de staatssecretaris.
Eiseres voerde aan dat overdracht aan Frankrijk onevenredige hardheid zou zijn vanwege de lange duur van de procedure, het opgebouwde sociale netwerk en haar kwetsbare psychische gesteldheid. Zij stelde dat de staatssecretaris haar aanvraag daarom op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro in behandeling had moeten nemen.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris voldoende gemotiveerd heeft vastgesteld dat geen bijzondere, individuele omstandigheden aanwezig zijn die een uitzondering rechtvaardigen. Het vertrouwen van eiseres dat haar aanvraag in Nederland zou worden behandeld, is niet gerechtvaardigd omdat zij bekend was met de mogelijke overdracht aan Frankrijk. Ook is geen sprake van een onredelijke termijn of onvoldoende medische zorg in Frankrijk.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en bevestigt het besluit van de staatssecretaris. Eiseres mag worden overgedragen aan Frankrijk en er is geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van haar asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en zij mag worden overgedragen aan Frankrijk.