Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2023:12291

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
1 augustus 2023
Publicatiedatum
17 augustus 2023
Zaaknummer
C/09/649781 / JE RK 23-1326
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot verlenging uithuisplaatsing gesloten jeugdhulp voor minderjarige met complexe problematiek

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de machtiging voor uithuisplaatsing van een minderjarige in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De minderjarige heeft een belast verleden, waaronder traumatische ervaringen door oorlog en vluchtelingenstatus, en vertoont complexe problematiek die een intensieve één-op-één-begeleiding en gestructureerde omgeving vereist.

Sinds december 2022 verblijft de minderjarige in de gesloten accommodatie Schakenbosch, waar positieve gedragsveranderingen zijn waargenomen. De ouders kunnen niet de noodzakelijke veiligheid en structuur bieden. Er is geen passend open vervolgplek beschikbaar, en terugplaatsing wordt als schadelijk beschouwd. De kinderrechter concludeert dat de gesloten plaatsing noodzakelijk is om de ontwikkeling en veiligheid van de minderjarige te waarborgen.

De kinderrechter wijst het verzoek toe voor de duur van de ondertoezichtstelling tot 28 februari 2024. Er wordt benadrukt dat voortvarend diagnostisch onderzoek moet plaatsvinden om een passend toekomstperspectief te realiseren. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak door tussenkomst van een advocaat.

Uitkomst: Machtiging tot verblijf in gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlengd tot 28 februari 2024.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaaksgegevens: C/09/649781 / JE RK 23-1326
Datum uitspraak: 1 augustus 2023
Beschikking van de kinderrechter over een nieuwe machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp
in de zaak naar aanleiding van het op 29 juni 2023 ingekomen verzoekschrift van:
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
betreffende:
- [achternaam] , [minderjarige] ,geboren op [geboortedatum01] 2010 te [geboorteplaats01] , [geboorteland] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. P. Drenth, gevestigd in Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam02] ,

hierna te noemen: de vader,
en
[naam03]
,
hierna te noemen: de moeder,
hierna ook gezamenlijk te noemen: de ouders,
samen wonende te [woonplaats] ,

Het procesverloop

De kinderrechter heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift met bijlagen;
  • de instemmingsverklaring van 27 juli 2023 van een gedragswetenschapper als bedoeld in artikel 6.1.2, zesde lid, van de Jeugdwet, die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
Op 1 augustus 2023 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren op locatie, te weten in de gesloten accommodatie voor jeugdhulp Schakenbosch te Leidschendam, behandeld. Daarbij zijn verschenen:
  • [minderjarige] , bijgestaan door zijn advocaat;
  • persoonlijk begeleider [A] ;
  • de ouders bijgestaan door de heer B. [B] , tolk in de Syrische-Arabische taal;
  • mevrouw [naam04] en mevrouw [naam05] namens de gecertificeerde instelling.
[minderjarige] is voorafgaand aan de zitting in het bijzijn van zijn advocaat en persoonlijk begeleider gehoord.

Feiten

  • De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd.
  • De vader en de moeder zijn gezamenlijk belast met het ouderlijk gezag.
  • [minderjarige] verblijft feitelijk in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, te weten bij Schakenbosch.
  • De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 28 februari 2023 [minderjarige] onder toezicht gesteld van 28 februari 2023 tot 28 februari 2024 en heeft een machtiging verleend [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 6 maart 2023 tot 28 augustus 2023.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft de Raad voor Rechtsbijstand gelast een advocaat aan [minderjarige] toe te voegen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van de ondertoezichtstelling.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] heeft een belast verleden. Hij heeft de oorlog in Syrië meegemaakt en met zijn gezin moeten vluchten. Er zijn zorgen over zijn algehele ontwikkeling. [minderjarige] heeft voor een optimale ontwikkeling veel structuur, duidelijke instructies en een voorspelbare omgeving nodig met bij voorkeur individuele begeleiding. Sinds december 2022 verblijft [minderjarige] bij Schakenbosch. Hier laat hij een positieve gedragsverandering zien. Gezien wordt dat hij veel baat heeft bij de geboden één-op-één-begeleiding, structuur en regels. Hij beheerst de Nederlandse taal steeds beter en gaat sinds kort naar de dagbesteding bij Ipse de Bruggen. Zonder zijn één-op-één-begeleider ontregelt [minderjarige] volledig. De ouders kunnen [minderjarige] niet bieden wat hij nodig heeft om veilig te zijn en zich goed te kunnen ontwikkelen. De problematiek van de meerderjarige thuiswonende zus van [minderjarige] is daarnaast niet verbeterd de afgelopen periode. Terugplaatsing bij de ouders is momenteel schadelijker voor [minderjarige] dan het verlengen van de gesloten plaatsing. Op dit moment heeft [minderjarige] één keer per week onbegeleid contact met de ouders. Het contact tussen hem en de ouders wordt de komende periode opgebouwd. Hij zal dan ook met zijn één-op-één begeleider bij de ouders thuis op bezoek gaan. Er is op dit moment geen zicht op een passende open vervolgplek. Het perspectief ligt volgens de gecertificeerde instelling bij een woongroep vanuit de Wlz waar hij langdurig kan verblijven en opgroeien. Het is belangrijk dat er aanvullend diagnostisch onderzoek wordt uitgevoerd, zodat er meer zicht komt op de problematiek van [minderjarige] , mogelijke onverwerkte trauma’s, welke behandeling en begeleiding hij nodig heeft en welke vorm van onderwijs en wonen passend zouden zijn. Ter zitting licht de gecertificeerde instelling toe dat het diagnostisch onderzoek nog loopt en dat de uitslag over twee weken volgt. Vanuit hier zal een Wlz-aanvraag worden ingediend. Het is onduidelijk of [minderjarige] op een open groep kan blijven profiteren van de één-op-één-begeleiding op het moment dat de Wlz-aanvraag loopt. Om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen is een machtiging noodzakelijk.
Door en namens [minderjarige] is het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] heeft baat bij de geboden behandeling en begeleiding. De afgelopen periode heeft hij sprongen vooruit gemaakt. Er wordt echter niet voldaan aan de wettelijke vereisten van een gesloten machtiging. [minderjarige] zou – zeker als hiermee een voorschot wordt genomen op het perspectiefbesluit - ook op een open groep kunnen verblijven. Primair wordt verzocht het verzoek af te wijzen. De advocaat begrijpt ook dat een jongen als [minderjarige] niet heen-en-weer verplaatst moet worden. [minderjarige] heeft behoefte aan een concreet toekomstperspectief. Het is van belang dat er ingeval van toewijzing van de machtiging ook echt concrete stappen worden gezet om een woonplek voor [minderjarige] te regelen. Subsidiair wordt verzocht om het verzoek toe te wijzen voor een kortere periode, namelijk drie of vier maanden.
De ouders hebben ingestemd met het verzoek. [minderjarige] heeft baat bij de gesloten setting en heeft een goede klik met de persoonlijk begeleider. Hierdoor maakt hij positieve stappen. De ouders vinden het belangrijk dat [minderjarige] de komende periode meer gaat leren en toe komt aan zijn ontwikkeling.

Beoordeling

De kinderrechter is, gelet op hetgeen uit het dossier en ter zitting naar voren is gekomen, van oordeel dat sprake is van ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren en die maken dat de opneming en het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp noodzakelijk zijn om te voorkomen dat [minderjarige] zich aan de jeugdhulp die hij nodig heeft onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken.
Daartoe overweegt de kinderrechter als volgt. Bij [minderjarige] is sprake van complexe problematiek. [minderjarige] profiteert op dit moment van de structuur en duidelijkheid die Schakenbosch hem biedt. Hij heeft veel baat bij de intensieve één-op-één-begeleiding die hij ontvangt in Schakenbosch en de dagbesteding bij Ipse de Bruggen. Hoewel de kinderrechter het niet wenselijk acht om de gesloten machtiging te verlenen vanwege het ontbreken van een passende open vervolgplek, zijn de alternatieven op dit moment schadelijker voor [minderjarige] . De geslotenheid zorgt er op dit moment voor dat [minderjarige] zich ontwikkelt op het gebied van sociale en praktische vaardigheden en dat de omgangsmomenten tussen [minderjarige] , de ouders en de zus rustig verlopen. De kinderrechter vreest dat de ontwikkeling van [minderjarige] stagneert als hij weer bij de ouders - waar de situatie nog hetzelfde is - of op een open groep wordt geplaatst. De kinderrechter acht het gevaar te groot dat [minderjarige] de één-op-één-begeleiding niet meer ontvangt als hij naar een open groep gaat. Ook is de geslotenheid noodzakelijk om zijn veiligheid te garanderen. Het is belangrijk dat de komende periode voortvarend onderzocht wordt wat op lange termijn een passende vervolgplek is voor [minderjarige] . Gelet op het voorgaande acht de kinderrechter een gesloten plaatsing voor de duur van de ondertoezichtstelling noodzakelijk. De kinderrechter zal het verzoek toewijzen zoals verzocht.
Daarom zal als volgt worden beslist.

Beslissing

De kinderrechter:
verleent een machtiging [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp zoals bedoeld in artikel 6.1.2, eerste lid, van de Jeugdwet, van 28 augustus 2023 tot 28 februari 2024.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus 2023 door mr. M.P. Meeuwisse, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E. Smolders als griffier.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 augustus 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoeker en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van
het gerechtshof Den Haag.