ECLI:NL:RBDHA:2023:12241
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing grensdetentie wegens onredelijke voortzetting asielprocedure
Eiser, een asielzoeker van Somalische nationaliteit, zit sinds 17 april 2023 in grensdetentie na afwijzing van zijn asielaanvraag. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze vrijheidsontnemende maatregel. Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft een documentenonderzoek uitgevoerd naar de door eiser overgelegde identificerende documenten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld bij het onderzoek, dat ongeveer drie weken duurde en waarbij meerdere medewerkers betrokken waren. Het geschil betreft de vraag of eiser enkel de Somalische nationaliteit bezit. De rechtbank constateert dat het onduidelijk is wanneer de asielprocedure zal worden voortgezet en dat het ongewis is of de conclusies van het documentenonderzoek standhouden.
Gezien de duur van bijna drie maanden van de grensdetentie, de onzekerheid over de voortgang van de procedure en het belang van eiser om in vrijheid zijn asielprocedure af te wachten, weegt het belang van eiser zwaarder dan het grensbewakingsbelang. De rechtbank beveelt daarom de opheffing van de grensdetentie met ingang van 11 juli 2023 en veroordeelt verweerder in de proceskosten van € 1.674,00.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de opheffing van de grensdetentie met ingang van 11 juli 2023 wegens onredelijke voortzetting van de maatregel.