Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
Rechtbank Den Haag
Eiser werd de toegang tot Nederland geweigerd en kreeg een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de toegangsweigering niet rechtsgeldig was omdat de datum van de toegangsweigering na de oplegging van de detentie lag.
De rechtbank stelde vast dat ondanks een administratieve fout in de datumregistratie, uit e-mails en het dossier bleek dat de toegangsweigering daadwerkelijk vóór de detentie was uitgevaardigd, conform artikel 14, tweede lid, van de Schengengrenscode. Eiser voerde verder aan dat de detentie onterecht was opgelegd omdat alleen lichte gronden aanwezig waren en er geen risico op onttrekking was.
De rechtbank oordeelde dat de wet geen vereiste stelt dat er een risico op onttrekking moet zijn om grensdetentie op te leggen en dat verweerder terecht een detentie heeft toegepast vanwege het grensbewakingsbelang. Ook het betoog dat de nationaliteit van eiser onduidelijk was en daardoor geen zicht op uitzetting bestond, werd verworpen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Vanwege het administratieve gebrek aan de toegangsweigering werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van eiser ten bedrage van €1.674,00.
Uitkomst: Het beroep tegen de grensdetentie wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.