ECLI:NL:RBDHA:2023:12238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige grensdetentie wegens onvoldoende voortvarendheid bij uitzetting
Eiseres verbleef in grensdetentie na een afwijzing van haar asielaanvraag. Zij gaf ondubbelzinnig aan geen beroep te zullen instellen en zo spoedig mogelijk naar Zuid-Afrika terug te willen keren. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (verweerder) verrichtte echter geen handelingen om de uitzetting te bespoedigen en wachtte tot na het verstrijken van de beroepstermijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder vanaf het moment dat eiseres schriftelijk aangaf geen beroep te doen en haar vertrek wenste, gehouden was om uitzettingshandelingen te verrichten. Het wachten tot het einde van de beroepstermijn was onrechtmatig, omdat de grensdetentie zo kort mogelijk moet duren en eiseres beschikte over een paspoort en removal order.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, acht de grensdetentie vanaf 23 juni 2023 onrechtmatig en kent een schadevergoeding toe van € 800,- voor acht dagen onrechtmatige detentie. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten van € 1.674,-. De uitspraak werd gedaan door rechter R.H.G. Odink op 18 juli 2023.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de grensdetentie vanaf 23 juni 2023 onrechtmatig was en kent een schadevergoeding van € 800,- toe.