Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Waar gaat deze zaak over?
Beslissing
mr.J.R. van Veen, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Pakistaanse nationaliteit houdende persoon, diende op 17 september 2022 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser betwistte dit en voerde onder meer aan dat hij geen asielaanvraag in Oostenrijk had ingediend en wees op zijn ernstige medische toestand en persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder niet in strijd met de Dublinverordening heeft gehandeld en dat eiser niet in zijn belangen is geschaad door het ontbreken van een voorafgaand gehoor. Uit het Eurodac-systeem bleek dat eiser op 29 juli 2022 in Oostenrijk een asielaanvraag had ingediend, wat eiser onvoldoende heeft weerlegd.
De rechtbank achtte de medische situatie van eiser niet zodanig ernstig dat dit een uitzondering op de Dublinverordening rechtvaardigt. Ook de door eiser aangevoerde bijzondere omstandigheden, zoals het verlaten van een opvanglocatie zonder alternatief, waren onvoldoende om het besluit aan te tasten.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.