ECLI:NL:RBDHA:2023:12217
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid strafrechtelijke vervolging in Tunesië
Eiser, van Tunesische nationaliteit, diende op 16 juni 2023 een asielaanvraag in, die door de staatssecretaris op 7 juli 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in Tunesië strafrechtelijk wordt vervolgd en dat Tunesië als veilig land van herkomst kan worden aangemerkt.
Eiser stelde dat hij vanwege een betalingsachterstand en het gebruik van ongedekte cheques een lange gevangenisstraf riskeert en dat er een rechtszaak tegen hem loopt. Hij kon echter geen stukken overleggen die dit ondersteunen, en zijn verklaring hiervoor werd door de rechtbank onvoldoende geacht. De staatssecretaris had het relaas van eiser terecht ongeloofwaardig bevonden.
De rechtbank oordeelde dat Tunesië, ondanks de herbeoordeling in de Kamerbrief van 8 juni 2023, voor eiser geen uitzondering vormt als veilig land van herkomst. De rechtbank verwierp ook het standpunt van eiser dat zijn asielaanvraag niet in de verkorte procedure had mogen worden behandeld.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.