ECLI:NL:RBDHA:2023:12053
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen overdracht aan Finland op grond van Dublinverordening ondanks vrees voor Russische vervolging
Eiser, een Russische vreemdeling, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Verweerder besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen omdat Finland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de asielprocedure. Eiser betoogde dat hij in Finland geen asiel kan aanvragen en vreest voor terugkeer naar Rusland vanwege zijn politieke activiteiten.
De rechtbank stelde vast dat eiser in het bezit is van een geldig Schengenvisum type C afgegeven door Finland en dat Finland het verzoek om overname heeft aanvaard. De stelling dat Finse autoriteiten Russen met een dergelijk visum aan de grens weigeren, werd niet aannemelijk gemaakt en is bovendien niet van toepassing op asielzoekers.
Eiser kon niet aantonen dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel tussen Nederland en Finland is doorbroken. Hij bracht onvoldoende concrete feiten naar voren waaruit blijkt dat hij in Finland niet adequaat beschermd wordt tegen refoulement. Ook de medische klachten en het opgebouwde netwerk in Nederland vormden geen reden om af te zien van overdracht. De rechtbank oordeelde dat verweerder de beslissing tot overdracht op redelijke gronden heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de overdracht aan Finland wordt ongegrond verklaard.