ECLI:NL:RBDHA:2023:12031
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek rechterlijke machtiging opname en verblijf wegens onvoldoende bewijs psychogeriatrische aandoening
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) heeft een verzoek ingediend voor een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van cliënt voor zes maanden op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd). Cliënt, geboren in 1944, betwist de diagnose dementiesyndroom en wordt bijgestaan door zijn advocaat.
Tijdens de mondelinge behandeling op 2 augustus 2023 zijn cliënt, zijn advocaat, de casemanager en de nicht van cliënt gehoord. Cliënt en zijn advocaat betwisten de medische onderbouwing van de diagnose dementie en stellen dat er geen sprake is van ernstig nadeel. De casemanager en nicht geven aan dat cliënt thuiszorg ontvangt, depressief is, verwaarloosd raakt en alcohol gebruikt, maar cliënt staat niet open voor dagopvang.
De rechtbank heeft de medische verklaringen en rapportages beoordeeld, waaronder een verklaring van een ter zake kundige arts en een consultverslag van een specialist ouderengeneeskunde. De medische onderbouwing is onvoldoende concreet en gevalideerde testen ontbreken. De rechtbank concludeert dat niet aannemelijk is geworden dat cliënt lijdt aan een psychogeriatrische aandoening zoals dementie.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot machtiging af. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging tot opname en verblijf wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van een psychogeriatrische aandoening.