ECLI:NL:RBDHA:2023:12008
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg bij schizofrenie
De rechtbank Den Haag behandelde op 26 juli 2023 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, geboren in 1962, die lijdt aan schizofrenie.
Uit medische verklaringen, een zorgplan en een advies van de geneesheer-directeur blijkt dat betrokkene ernstig nadeel ondervindt, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Betrokkene vertoont onvoldoende ziekte-inzicht en is impulsief, waardoor zelfstandig wonen momenteel niet mogelijk is. Vrijwillige zorg is in het verleden niet effectief gebleken en betrokkene is ambivalent over verblijf in de instelling.
De rechtbank oordeelt dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden en de geestelijke en fysieke gezondheid te stabiliseren. De voorgestelde maatregelen, waaronder medicatietoediening, medische controles en beperking van bewegingsvrijheid, zijn evenredig en effectief. De zorgmachtiging wordt verleend voor een periode van zes maanden, met het oog op het vinden van een passende woonplek en het betrekken van een eventuele mentor.
De beschikking is uitgesproken door rechter E.C.M. Bouman en griffier K.D. van den Berg. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een zorgmachtiging voor verplichte zorg aan betrokkene tot en met 26 januari 2024.