ECLI:NL:RBDHA:2023:11899
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, van Eritrese nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in die niet in behandeling werd genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. De staatssecretaris had een verzoek tot overname bij Frankrijk ingediend, dat werd geaccepteerd. Eiser betwistte de verantwoordelijkheid van Frankrijk omdat hij geen visum had aangevraagd en nooit in Frankrijk was geweest.
De rechtbank stelde vast dat uit het EU-Vis resultaat bleek dat Frankrijk aan eiser een visum had verleend met een geldigheidsduur die nog niet was verstreken op het moment van de asielaanvraag in Nederland. Op grond van artikel 12 van Pro de Dublinverordening is de lidstaat die het visum heeft afgegeven verantwoordelijk voor de asielaanvraag, ook als het visum op valse gronden is verstrekt.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten onrechte werd toegepast en dat hij risico loopt op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht uitgaan van het vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Frankrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt.
Ook stelde eiser dat bijzondere omstandigheden een overdracht aan Frankrijk zouden moeten verhinderen, maar dit werd niet onderbouwd. De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht buiten behandeling is gesteld en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.