ECLI:NL:RBDHA:2023:11896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding bij handhavingsbesluit
Eiser diende een verzoek om handhaving in dat op 18 maart 2021 werd afgewezen. Tegen de beslissing op bezwaar van 13 december 2021 stelde eiser beroep in. De rechtbank stelt dat het beroepschrift op 21 februari 2022 is ontvangen, terwijl de termijn op 24 januari 2022 eindigde, waardoor het beroep te laat is ingediend.
Eisers gemachtigde voerde aan dat het besluit niet tijdig was ontvangen vanwege een verkeerd dossiernummer en misleidende informatie van verweerder. De rechtbank oordeelt echter dat het besluit op correcte wijze per e-mail aan de gemachtigde is verzonden en dat van een professionele gemachtigde verwacht mag worden dat hij zijn e-mail goed controleert.
De telefonische mededeling dat het besluit pas in januari werd verwacht en het uitblijven van reactie op navraag rechtvaardigen volgens de rechtbank geen verschoonbare termijnoverschrijding. Er zijn geen andere omstandigheden aangevoerd die de termijnoverschrijding kunnen rechtvaardigen.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af. De uitspraak is gedaan door rechter J.B. Wijnholt op 2 februari 2023.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verschoonbare reden.