Uitspraak
Rechtbank DEN Haag
uitspraak van de voorzieningenrechter van 19 januari 2023 in de zaak tussen
[verzoeker], te [woonplaats], verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Gelet op de overgelegde gedingstukken gaat de voorzieningenrechter er van uit dat de vergunde in- en uitrit, die toegang geeft tot de parkeerruimte op het perceel van vergunninghouder, wordt gerealiseerd door ter plaatse de stoep te verlagen. Dit betreft een relatief eenvoudige ingreep die gemakkelijk kan worden teruggedraaid indien zou blijken dat de situatie uit een oogpunt van verkeersveiligheid of vanwege overlast en hinder problemen oplevert, zoals verzoeker veronderstelt. Overigens blijkt uit de gedingstukken dat de (aangepaste) in- en uitrit wordt gesitueerd op een afstand van ten minste vijf meter vanaf het dichtst bijgelegen kruispunt, waarmee wordt voldaan aan de Beleidsregels Uitwegenvergunningen Westland 2014 (de beleidsregels). Ook is de aanvraag getoetst aan de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening inzake de bruikbaarheid van de weg. Voorshands ziet de voorzieningenrechter geen aanwijzingen dat de door verweerder verrichte toetsing onjuist is.
Beslissing
om de uitspraak te ondertekenen