ECLI:NL:RBDHA:2023:11751
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening energietoeslag wegens ontbreken spoedeisend belang
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag behandelde op 3 augustus 2023 het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Den Haag. Het college had de aanvraag van verzoeker om een energietoeslag voor 2022 afgewezen en was bij bezwaar bij dit besluit gebleven.
Verzoeker stelde dat hij recht had op de toeslag, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat er geen sprake was van een spoedeisend belang. Tijdens de zitting bleek dat verzoeker financieel wordt onderhouden door zijn moeder en daarnaast over meer dan €20.000 aan vermogen beschikt. Bovendien was verzoeker gewezen op de mogelijkheid om individuele bijzondere bijstand aan te vragen, maar had hij dit niet gedaan.
Gezien het ontbreken van een acute financiële noodsituatie en het feit dat er geen onomkeerbare situatie dreigt, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Tevens werd het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de energietoeslag wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.